30.1.16

De bende van Lijp Kot



Het gaat over een jongetje van ongeveer tien jaar. Hij heet Pontus.  Het speelt zich af in Amsterdam in de 18e eeuw. Zijn vader is zeeman en is weg. Daarom woont hij in een weeshuis. Pontus werkt op een vismarkt. Op een dag moest hij een bestelling brengen om stipt vier uur. Nadat hij dat gedaan had zag hij in een steeg een man liggen. Pontus dacht dat hij aan het slapen was maar toen hij dichter bij kwam zag hij dat de man dood was. Opeens riep een man uit een steeg: “he”. Pontus schrok en rende weg. De man dacht dat Pontus die man had vermoord. De volgende dag wordt Pontus op gepakt en komt in de cel terecht.  Daar weet hij te ontsnappen en vlucht naar het huis waar hij de vorige dag die bestelling had gebracht. Hij mag daar schuilen maar in ruil ervoor moet hij hen helpen met stelen want zij blijken een boeven bende.  Zijn vader zei altijd stelen is voor lafbekken.


Het is een spannend en doorlopend boek.

Gelezen door Janieke (11 jaar)